Katholiek Brunssum Nieuws Woord van de paus

De burgerlijke stand van de Christen: vrij en kind van God

De Christen heeft een “identiteitskaart” die “niemand kan stelen”. En zijn burgerlijke stand vermeldt “kind van God” en “vrij”, aldus Paus Franciscus.

In de H. Mis gaf de Paus commentaar bij het Evangelie over de genezing van de lamme (Mt. 9, 1-8).

De identiteitskaart die niet kan gestolen worden

De Christen is “in Jezus Christus gered”, “kind van God” en “vrij”: dat is zijn burgerlijke stand, zijn “identiteitskaart” die “niemand kan stelen”.

In het Evangelie openbaart Christus namelijk de nieuwe identiteit van de gedoopten, het “grootste wonder”: “in Jezus is de wereld met God verzoend” en worden de mensen “Zijn kinderen”.

Jezus begint met te zeggen: “Heb goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven”, waarschijnlijk een “onthutsende” zin voor iemand die lichamelijk wou genezen. Daarna, ten overstaan van de kritiek van de schriftgeleerden, geneest Jezus ook zijn lichaam. Volgens de Paus waren de genezingen “alleen een teken, een teken van iets méér dat Jezus aan het doen was” namelijk “zonden vergeven: in Jezus is de wereld met God verzoend”, dat is het “diepste wonder”.

De mens van binnen genezen

“Deze verzoening is de herschepping van de wereld. Ziedaar Jezus’ diepste zending: de verlossing van alle mensen, zondaars, en Jezus verwezenlijkt dat niet met woorden, noch met daden, noch door de weg die Hij gaat, nee! Hij doet het met Zijn lichaam! Het is werkelijk Hij, God, die mens wordt, om de mens van binnen te genezen”.

Jezus bevrijdt van zonde door zichzelf tot “zonde” te maken, door “elke zonde” op zich te nemen, “dat is de nieuwe schepping”: Hij “daalt uit de heerlijkheid neer en verlaagt zich tot in de dood, de dood aan het kruis”, tot in de schreeuw “Vader, waarom hebt Gij Mij verlaten!”.

Ziedaar “Zijn glorie en ons heil”: “Dat is het grootste wonder en wat doet Jezus dan? Hij maakt mensen tot Zijn kinderen, met de vrijheid der kinderen. Dank zij hetgeen Jezus gedaan heeft, kunnen de mensen ‘Vader’ zeggen”.

Zonder Christus zouden de mensen “nooit ‘Vader’ hebben kunnen zeggen. ‘Vader’ zeggen in zo een goede en mooie houding, vrij! Dat is het grote wonder van Jezus”. De mensen, “slaaf van de zonde”, zijn “allen vrij gemaakt”, “werkelijk genezen in het diepst van hun bestaan”.

Een Christen is thuis in God

“Het is zo mooi Zijn kind te zijn, het is zo mooi die vrijheid van de kinderen, want een kind is thuis. Jezus heeft de deur van het huis geopend.” En in God, “zijn de Christenen nu thuis!”. De “reden van de moed" van de gelovigen berust in dat woord van Christus : “Heb goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven !": “ik ben vrij, ik ben Zijn kind ... De Vader bemint mij en ik bemin de Vader!”.

Tot slot nodigt de Paus uit “de Heer de genade te vragen het werk dat Hij doet, goed te begrijpen: in Christus heeft God de wereld met zich verzoend, door aan mensen het woord van verzoening toe te vertrouwen en de genade dat woord van verzoening uit te dragen, krachtig, met de vrijheid der kinderen”.

“Niemand kan deze identiteitskaart stelen. Zo heet ik: kind van God! Wat een mooie identiteitskaart! Burgerlijke stand: vrij! Zo zij het.”

Vert. Maranatha-gemeenschap
Bron: zenit.org

Zie ook Overzicht samenvattingen van dagelijkse kleine homilieën van Paus Franciscus